Kamerplanten zonder zorgen

Kamerplanten zonder zorgen

Je hebt beslist geen groene vingers, diepgaande kennis of een kast vol materiaal nodig om succesvol kamerplanten te houden. Meer dan een liefdevolle verzorging en wat simpele regeltjes volstaan om je huisplanten het jaar rond mooi en gelukkig te houden.

Als je al weet welke plant welk soort verzorging nodig heeft, ben je al een heel eind op weg. Dan is het alleen nog spelen met de hoeveelheid licht, vochtigheid, water, warmte en voeding. Het evenwicht daartussen vinden, is de sleutel tot succes.

Warmte

Kamerplanten hebben het liefst een gelijkmatige temperatuur – felle schommelingen moeten echt wel vermeden worden. Koude tocht en ijzige vensterbanken zijn nefast. Het liefst gedijen onze binnenplanten in een temperatuur van zo’n 20 graden; uitzonderingen zijn bijvoorbeeld cyclamen, die het liever wat frisser hebben, tussen 10 en 15 graden; voor Senecio mag het zelfs nog frisser.

Licht

De meeste kamerplanten hebben behoorlijk wat licht nodig maar er zijn er gelukkig ook een pak, vooral de soorten met dikke groene bladeren, die het gedurende een bepaalde periode prima doen in een schaduwhoekje. Planten met bloemen of exemplaren met gestreept of gevlekt blad overleven alleen op een heel lichte plek. Direct (middag)zonlicht tijdens de zomer is voor geen enkele kamerplant goed tenzij voor cactussen en vetplanten. In de winter kan een streepje zon dan weer absoluut geen kwaad.

Vocht

Bijna al onze manieren van verwarmen zijn te droog voor het gros van de kamerplanten. Wist je dat centrale verwarming in de winter lucht genereert die net zo droog is als die in de Sahara-woestijn? Besproei de bladeren van je planten regelmatig met de waterspuit of creëer een microklimaat door ze wat dichter bij elkaar te zetten en de ruimte tussen de teeltpot en de sierpot op te vullen met mos.

Water

Hoewel water geven zowat het simpelste klusje lijkt dat er bestaat, blijkt het toch doodsoorzaak nummer 1 bij kamerplanten. Geef nooit zomaar klakkeloos water maar voel eerst met je vinger aan de potgrond. Zolang de grond niet droog aanvoelt, wacht je beter met begieten. Een vaste regel per plant bestaat er niet – planten hebben afhankelijk van het seizoen en de plek waar ze staan, andere waterbehoeften. Vallen de bladeren slap, beginnen ze te verwelken en vallen zowel de oude als de nieuwe bladeren af, dan heb je te veel water gegeven. Uiteindelijk zullen ook de stelen, de bloemtop en de wortels bruin kleuren en wegrotten. Groeit je plant nog amper, gaan de bladeren verwelken, zien de topjes er bruin en droog uit en vallen de oude bladeren af, dan was je te karig.

Voeding

Zoals elk levend wezen moeten ook planten regelmatig gevoed worden om te blijven groeien. Verse potgrond bevat alle nodige voedingsstoffen voor minstens 6 weken; daarna is extra voeding nodig. Geef geen mest in perioden dat de plant in rust is. Voor bladplanten is dat bijna altijd in de winter; bij bloeiende planten is dat na de bloei. Wil je meer lezen over hoe je je kamerplanten correct bij voedt? In Voeding voor kamerplanten lees je er meer over.

+1