Geen tuin zonder water

Geen tuin zonder water

Kikkers, padden, salamanders en libellen – zonder water krijg je ze zelden in je tuin te zien. Veel water hoeft dat niet te zijn: ook met een kleine vijver krijgt je tuin er al een verfrissende plek en een pak bezoekers bij. Reken op minstens een meter doorsnede voor je vijvertje en voorzie een ondiepe moeraszone aan de rand; dat is een absolute must wil je veel water- en oeverdieren aantrekken. Zorg dat je vijver minstens zes uur zon per dag krijgt en een meter diep is, zo kunnen vissen en kikkers ook tijdens strenge winters onderaan overleven. In je vijver hoeft geen filter of pomp; de planten zorgen er wel voor het biologische evenwicht. Zuurstofplanten als aarvederkruid, fonteinkruid, waterviolier en hoornblad nemen veel voedingsstoffen uit het water op en voorkomen of remmen algengroei. Bovendien kunnen libellen en salamanders er hun eitjes kwijt. Drijvende planten houden in de zomer de opwarming en lichtinval in je vijver tegen zodat algen minder kans maken. Probeer één derde van de oppervlakte te bedekken met drijvende krabbenscheer, kikkerbeet, waterlelies, watergentiaan of Kaapse waterlelie.

Oever een must

De oeverstrook rond je vijver is dé plek waar kikkers, salamanders en padden schuilen en waarlangs de piepjonge dieren hun eerste tocht naar land aanvangen. De waterstand mag er variëren van nul tot 15 centimeter diep, afhankelijk van hoeveel het geregend heeft. Op het diepste punt kan je inheemse snoekkruid, zwanenbloem, watermunt, kalmoes of waterdrieblad kwijt. Dotterbloemen, gele lis, sleutelbloemen, kleine lisdodde, kattenstaart en moerasaronskelk zijn al tevreden met een paar centimeter water. Ook de staat erg mooi bij een kleine vijver.

Aqualibi

Weldra zullen de eerste kikkers verschijnen. De bruine kikker komt het vaakst voor; je herkent hem aan z'n hoge en verre sprongen. De kleine watersalamander valt op met de zwarte stippen op z'n lijf en zwartbruine strepen op z’n kop. De (mannelijke) alpenwatersalamander herken je aan z’n feloranje buikje - ook al heb je maar een kleine poel, toch is de kans groot dat je hem tegenkomt. Ongetwijfeld komen ook de padden op bezoek. Met hun bruine wrattenvel, hun uitpuilende ogen, kromme voorpoten en lompe waggelgang hebben ze hun uiterlijk niet mee maar als je weet dat ze een pak lastige slakken voor je opruimen, ga je ze wel waarderen.

Krinkelende winkelende waterding

Pond in gardenOver het water scheren al gauw waterjuffers en libellen. Juffers zijn kleiner en slanker maar zijn net als libellen grote verorberaars van muggen, vliegjes en bladluizen. Libellenlarven zijn echte roofdieren die er hun hand niet voor omdraaien om slakken en kikkervisjes op te vreten. Zelf vormen ze dan weer voer voor de vissen. Zorg dat er rond of in je waterplas wat hogere planten groeien, als uitkijkpost voor de libellen. Schrik niet: de grootste worden meer dan acht centimeter lang. Steken doen ze gelukkig niet.

 

+1