Samen tuinieren in de vakantie

Geen idee wat je kan doen tijdens de paasvakantie? Tuinier samen met de kinderen in een moestuinbak! Koop een houten bak, kies lekkere groenten en koop verse potgrond. Het volledige boodschappenlijstje vind je op www.ilovemygarden.be

Het is ongelooflijk, wat je allemaal op één vierkante meter kwijt kunt: 16 verschillende groenten en bloemen, om zeker 5 maanden lang van te snoepen.

Kies samen met je kinderen groenten uit die zij lekker of mooi vinden: radijzen, worteltjes, kerstomaten, minisla en zonnebloemen. Vergeet zeker geen aardbeiplantje! En je bent gelanceerd!

Wil je meer weten over tuinieren op een vierkante meter? Lees dan de tuintip van Laurence

+1

Kleine komkommers

Zin in frisse slaatjes deze zomer? Probeer eens Cucamelons en Citroenkomkommers. Kies Asef Aquacontrol potgrond en zaai vanaf midden april

Muismeloenen of minikomkommers, in Groot-Brittannië Cucamelons genaamd, zijn piepkleine komkommers, niet groter dan een druif. Ze smaken naar komkommer met een fris vleugje citroen en, niet onbelangrijk, je krijgt er geen oprispingen van.

Verwar ze niet met citroenkomkommers, lichtgele vruchten van het formaat van een citroen die het geweldig doen in een gin-tonic.

Zaai ze vanaf midden april, na 15 mei mogen ze buiten, in volle grond of in een pot met ASEF Aquacontrol Potgrond. Geef ze een steunrek; ze klimmen flink.

+1

Bereid je voor op tomaten zaaien

15 maart is het ideale moment om tomaten te zaaien. Koop zaad, zorg voor een zaaitray en een zak verse ASEF zaai- en stekgrond.

Zorg dat je alles in huis hebt om snel te kunnen starten. 15 maart is het ideale moment om tomaten te zaaien; na 15 april is het alweer te laat. Koop zaad van lekkere en mooie tomaten zoals Black Cherry kerstomaten, Coeur de Boeuf of Costoluto Genovese. Zorg voor een zaaitray en een zak verse ASEF Zaai- en stekgrond

Maak alvast plaats bij het keukenraam: je tomaten hebben veel warmte (20 °C) en licht nodig.

Meer tips nodig over het kweken van tomaten? Klik hier.

e 15 mars est le moment idéal pour semer des tomates. Achetez des semences, Procurez-vous un plateau à semis et un sac de Terreau semis et bouturages ASEF.e 15 mars est le moment idéal pour semer des tomates. Achetez des semences, Procurez-vous un plateau à semis et un sac de Terreau semis et bouturages ASEF.

+1

Kolen

savooi

Wat zou een Belgische moestuin zonder kolen zijn? Kolen zijn gemakkelijk te kweken, maar je moet wel weten wat ze precies nodig hebben: veel mest, veel kalk en een vel insectengaas tegen koolwitjes, koolvliegen en duivenvraat.

Het jaar rond

Denk je bij kolen automatisch aan Vlaamse winterkost? Er zijn ook heel lekkere zomerkolen, zoals broccoli, bloemkool, spitskool en wittekool. Je zaait ze in maart en plant je tussen april en juni in de tuin. Ze groeien snel en je oogst ze nog in de zomer, vanaf juli. Herfstkolen zoals rodekool, savooi en boerenkool zijn trage kolen: je zaait ze ook in maart maar plant ze pas in mei en juni uit, om te oogsten in oktober en november. Omdat ze minstens 5 maanden lang een groot stuk van je moestuin in beslag nemen, zet je ze alleen als je een grote tuin hebt. Is dat niet het geval, sla deze teelt dan gewoon over en ga meteen over op winterkolen. Die zaai je later, in mei of juni, en plant je in juli uit. Je oogst ze vanaf december, vaak tot in maart: spruiten, savooi, boerenkool, spitskool en (late) rodekool. Wil je in april al opnieuw kolen eten, zaai dan spitskool, bloemkool en broccoli in juli of augustus, plant ze in oktober of november en laat ze in de tuin overwinteren. Van deze 'weeuwenteelt' oogst je in april of mei.

Slokoppen

Kolen zijn slokoppen, ze moeten dus zeker op een bemest bed komen. Strooi in de lente een handvol Naturen Moestuinmest per vierkante meter (of meer, als je op arme zandgrond tuiniert). Hark het goed in. Plant je voorgezaaide kolen in vollegrond zodra ze 10 à 15 cm hoog zijn. Graaf elke 50 cm een gat en laat evenveel afstand tussen de rijen. Giet zeker een liter water in elk gat en laat bezinken. Gooi in elk gat ook een handvol Naturen fossiele zeewierkalk en meng het lichtjes door de aarde. Plant je kolen gerust 5 cm dieper dan dat ze in de pot stonden: ze houden van stevige, stabiele grond. Duw met je voet de grond rond de plantenstelen goed aan en giet nog eens goed aan rond elke kool, met een zachte straal. Dek onmiddellijk af met insectengaas, tegen de belagers.

Kalk tegen knolvoet

 kolengaasKolen hebben een kwalijke reputatie: menig moestuinier heeft zijn kolen al ten onder zien gaan aan de koolvlieg, het koolwitje of aan duivenvraat. Maar dat was allemaal voor de ontdekking van het insectengaas. Eens je dit allersimpelste maar wel superefficiënte middel hebt aangeschaft, is kolen kweken een plezier. Insectengaas houdt wel niet alles tegen: slakken durven wel nog eens onder het net te glippen (of zaten er al, als slakkeneitje) en ook de schimmelziekte knolvoet houd je met insectengaas niet buiten. Maar als je minstens 6 jaar wacht om je kolen opnieuw op hetzelfde bed te zetten en je elke keer een handvol (zeewier)kalk in de plantgaten gooit, dan wordt de kans op knolvoet wel heel klein. Is de bodem van je moestuin behoorlijk zuur, wacht dan liever nog een paar jaar met kolen kweken tot de grond wat stabieler is. Op zure grond zijn kolen vatbaarder voor knolvoet. 

+1

Aardappelen

aardappel

Aardappelen zijn niet langer die gedwongen bordvulling, maar een 'nieuwe' groente met verrassend veel smaken en vormen. Plant primeursoorten in plaats van de klassieke bewaaraardappelen: die nemen beduidend minder plaats in de moestuin en zijn amper vatbaar voor de gevreesde aardappelziekte (phytophthora). 

Lekkere, vroege soorten zijn Blue Belle, Lady Christl, Osprey of Ratte. Wil je toch bewaaraardappelen, ga dan voor ziekteresistente soorten zoals Sarpo Mira, Agria of Toluca.

Februari 

Begin eind februari met de aardappelen voor te kiemen, in eierdoosjes, op een plek met veel licht maar geen direct zonlicht, bij zo’n 10 °C. Door je aardappelen voor te kiemen, win je ruim 2 weken op de minstens 100 dagen die ze nodig hebben om tot een oogstbare knol uit te groeien. Het duurt zo’n 4 tot 6 weken voor de ogen beginnen uit te lopen. Zodra die een centimeter groot zijn, vanaf eind maart, hard je ze af. Zet de bakjes overdag buiten - een temperatuur tussen 6 en 10 °C is ideaal - maar laat ze niet nat worden.

Maart

Plant de vroegste soorten niet in volle grond - daar is het nog te koud voor - maar in een oude potgrondzak, emmer, grote bloempot of ton en houd ze nog een paar weken in de serre of in de garage. In een gewone emmer kun je één aardappel kwijt, in een grote zak maximaal drie. Zorg dat het overtollige regenwater onderaan weg kan, wanneer je ze straks naar buiten verhuist. Vul de zak met 20 à 25 centimeter potgrond en leg er een pootaardappel in, met de meeste kiemscheuten naar boven. Dek af met 10 centimeter potgrond en geef water. Zodra de eerste scheutjes bovenkomen, mag je er zo’n 10 centimeter grond over gooien. Herhaal zo’n twee à drie keer. Vergeet niet regelmatig water te geven. Eind juni kan je al beginnen oogsten; reken op 1 tot 2 kilogram opbrengst per zak.

April

 Voorgekiemde aardappelen mogen nu de volle grond in. Maak de grond goed los en plant elke 50 centimeter een aardappel op 8 centimeter diep (10 centimeter op lichte grond). Vul aan met aarde; aandrukken hoeft niet. Wordt er nachtvorst voorspeld en staat er al wat loof boven, bedek dat dan helemaal met aarde. Zorg dat al je aardappelen voor eind april de grond in zitten. Als je je aardappelen ver genoeg uit elkaar plant, kan de wind de bladeren makkelijk droog blazen na een regenbui en krijgen schimmels minder kans. Behandel soorten die gevoelig zijn voor valse meeldauw preventief en biologisch, met Naturen Bordeauxse pap (op basis van kopersulfaat). Besproei vanaf eind mei elke 2 weken.

 

+1

Groenten en fruit in de siertuin

Groenten en fruit in de siertuin

Soms heb je gewoon geen zin in een moestuin. Of is je tuin te klein voor een bessenhoek. Gelukkig kan je groenten en fruit perfect in de siertuin laten groeien. Want ze zijn niet alleen lekker, maar vaak ook erg mooi. Een stekelbessenboompje tussen de struiken of een artisjok in de border: een pak eetbare planten zijn uitermate decoratief. Denk maar aan de druivelaar tegen je tuinmuur, de kiwi over de pergola of de vijgenboom in het gazon. Neen, er is geen enkele reden waarom je die lekkere smulplanten niet gewoon in de siertuin zou houden.

Lekker dichtbij

Een klassieke moestuin ligt vaak achterin de tuin: op een regendag heb ik niet altijd zin om zo ver te lopen voor wat sla of bieslook. Hoe dichter bij je keuken, des te sneller grijp je naar je eigen groen. Je bent sneller geneigd om wat nieuws te planten of te zaaien, je jonge groenten te begieten of een onkruidje mee te pikken, wanneer je groenten vlakbij in de borders staan. Als er al een slak dreigt, zal je ze sneller merken en de merels zullen niet zo gauw je aardbeien dicht bij het huis komen opsmullen. Bovendien zijn een pak groenten minstens zo mooi als sierplanten. Artisjok, kardoen, rode en gele snijbiet zijn echte tuinjuweeltjes; het loof van venkel en worteltjes is allersierlijkst en een rabarberblad is meer dan decoratief. Durf eens een sla, radijs of kool te laten opschieten: het resultaat is verrassend en mooi.

In de border

Kapucijntjes of Oost-Indische kers zijn echte kleurbommen. Zet drie stokken tegen elkaar, als wigwam, en plant een paar kapucijntje in het midden - in een mum van tijd zitten ze bovenin de top. De hele plant is eetbaar, van de blaadjes tot de bloemen, en je border krijgt er een pak kleur bij. Het lukt natuurlijk ook met klimbonen, als je die lekkerder vindt. Ook bessen doen het prima tussen de bloemen. Een stekelbesboompje is bijzonder decoratief en verkleurt mooi geel in de herfst. Of hou een jostabes op een snoer: dat neemt al helemaal geen plaats in beslag en levert wel lekkere bessen op, iets tussen stekelbes en cassis. Frambozen moet je wel wat in toom houden: die hebben nogal de neiging om zich ondergronds uit te breiden.

Mix & Match

Plant je groenten niet op een rijtje maar in groepjes tussen je bloemen en probeer ze te mengen. Zet basilicum of uien bij de wortels, dille of bonenkruid tussen de boontjes en tomaten naast kolen. Zo'n mengeling brengt lastige insecten in de war: de wortelvlieg geraakt het noorden kwijt en bladluizen verliezen de weg. Goudsbloemen naast kool, sla of tomaten houden de witte vlieg weg en de oorwurmen, die in dahlia's wonen, eten met plezier de bladluizen op je bonen op. Groenten in de siertuin leveren veel vruchten op: de bloemen trekken hommels aan die met plezier je groenten bestuiven.

+1

Geen tuin? Kweek je groenten in een zak

Heb je wel zin in eigen groen maar helaas geen tuin? Geen nood: groenten zijn flexibel en groeien ook prima op je balkon, in een pot of, nog makkelijker, in een zak. Meer dan een paar potten en plantzakken heb je niet nodig om zelfs het kleinste balkonnetje om te toveren tot een moestuin. Vooral plantenzakken zijn ongelooflijk handig. Je hebt ze in alle vormen, van rechthoekig tot rond, in verschillende hoogtes en kleuren. Ze worden gemaakt van polyethyleen, een ademende, geweven, recycleerbare, sterke kunststof. Onderaan zitten gaatjes om het overtollige water te laten weglopen, aan de zijkanten oren waarmee je je mobiele moestuin kan verplaatsen. Er past ongeveer 25 liter potgrond in. Ze kosten minder dan een bak of pot, gaan jaren mee en je bergt ze makkelijk weer op.

Mobiele moestuin

In een groeizak warmt de grond ook sneller op, waardoor je vlugger kan planten en oogsten. Tijdens een koude periode kan je ze gauw even naar binnen halen of afdekken met noppenfolie - die amusante knetterplastiek. Een groeizak houdt het vocht beter vast en verbruikt veel minder water dan een klassieke moestuin. Bovendien hoef je je niet meer zo te bukken. Er komt ook een pak minder onkruid in gewaaid. Je kan je groeizakken neerzetten waar je maar wil, afhankelijk van wat je groenten verlangen. Schimmelgevoelige gewassen als tomaten en aardappelen kan je onder het afdak of tegen de muur kweken. En wanneer je op een dag verhuist, kan je je mobiele moestuin gewoon opladen en meenemen. 

Van tomaat tot patat

Het kleurrijkste mobiele moestuintje bereik je met tomaten. 't Makkelijkst is een kant-en-klare wegwerpzak met bemeste potgrond in en voorgevormde gaten. Begieten hoeft slechts af en toe – de verpakking houdt het vocht prima vast. Vind je ze nogal opzichtig, zet er dan een miniafsluiting van gevlochten wilgentenen rond. Of kies één van die prachtige felrode groeizakken, helemaal passend bij jouw knalrode (kers)tomaatjes. Vul ze zelf met aarde en plant daarin je tomaten. Aardappelen groeien erg makkelijk in een grote emmer, een ton, een zak en zelfs in een paar op elkaar gestapelde autobanden! Plant ze in maart; na 2 tot 3 maanden oogst je de allereerste jonge patatjes. Reken op zo'n 3 tot 4 kilo opbrengst per zak.

Sla aan de muur

Geen plekje meer vrij op je balkon? Misschien heb je wel nog plaats aan je terrasmuur of aan de reling van je balkon. Hangzakken zijn ideaal voor wat slaatjes en groene kruiden. Je vindt ze in 2, 3 of 4 etages hoog en kan er tot 16 verschillende kleine groenten en kruiden in kwijt. Plant ze in kwalitatieve potgrond en geef elke drie weken wat vloeibare biologische meststof voor groenten of kruiden. Hang ze op een zonnige plek en vergeet niet regelmatig water te geven. In de bovenste zakjes zitten drainagegaten, waarlangs het water naar de onderste etages kan sijpelen. De onderkant is ondoorlaatbaar; zo drupt er geen water of modder op je balkon.

 

+1

De lekkerste besjes

De lekkerste besjes

Besjes uit een bakje? Daar doen we niet aan mee. Cassis plukken we vers van de stek, aardbeien stoppen we nog warm van de zon in onze mond en rode bessen ritsen we met de tanden van de steeltjes. Groene vingers wagen zich aan ananaskers en blauwe bessen. Iedereen kan aardbeien kweken zolang je ze maar genoeg zon, water en mest geeft. Je hebt er zelfs geen aparte fruittuin voor nodig: aardbeien kunnen net zo goed tussen je bloemen of in een pot of aardbeientoren. Je hebt soorten die één keer vruchten dragen, een drietal weken lang, zoals Elsanta, Sonata, Hapil, Elvira en Korona. Doordragende soorten leveren de hele zomer door mondjesmaat vruchten op, tot in oktober: Ostara, Mara des Bois (met bosaardbeiensmaak), Rapella, Selva en Everest. Die zijn ook het meest geschikt voor in pot. Heel erg lekker zijn de bosaardbeien Alexandra en Semperflorens, met aromatische vruchtjes van mei tot oktober.

Bessenpret

Rode besjes of aalbessen horen in elke tuin. Niet alleen zijn ze heel productief maar het zijn ook mooie struiken die perfect in de siertuin passen. Plant minstens één vroege en één late rode bes, en zet er een roze of witte bij, die zijn het lekkerst om zo te eten. Cassis heeft stevige, rijke grond nodig (probeer hem niet op zand te kweken) en veel zon. Van een volwassen struik pluk je makkelijk een halve emmer bessen. De struiken nemen veel plaats in beslag en moeten een kleine 2 meter uit elkaar staan. De laatste jaren wordt er duchtig gekruist tussen bessen. Het meest succesvol is de jostabes, iets tussen stekelbes en zwarte bes. De vrucht lijkt op een dikke zwarte bes en heeft ook een gelijkaardige smaak.

Ze is rijp in juli. De struik heeft de vorm van cassis, met takken zonder stekels en is redelijk bossig.

Blauw of oranje?

Verwar (Amerikaanse) blauwe bessen niet met bosbessen of myrtilles, die je bij ons in het wild aantreft; blauwe bessen zijn groter en zoeter. De struik zelf is ijzersterk en bijzonder decoratief, met een mooie herfstverkleuring. Ze heeft zure grond nodig om goed te groeien. Heb je die niet, plant de struik dan in een mengeling van turf en bladgrond of zet ze in een pot met aangepaste potgrond; hoger dan een flinke meter wordt ze toch niet. Geef altijd regenwater, geen (kalkrijk) leidingwater en strooi elk jaar een dikke laag bladaarde en gecomposteerde houtsnippers aan de voet. Physalis, ook wel lampionbes of ananaskers genaamd is een plant anders dan alle andere, met z'n lampionbloemen en gele of oranje vruchten. Deze schoonheid levert per struik wel 200 zoetzure bessen op ter grootte van een kers. Je serveert ze in de bloem, als een papieren verpakking er omheen. De planten worden niet hoger dan een halve meter en doen het ook prima in pot, al is een zonnige plek in de siertuin het meest geschikt. Je kan ze moeilijk overhouden en zaait ze best elke lente opnieuw. Ananaskers groeit hard en valt makkelijk open. Bind de takken op, anders hangen je bessen op de grond.

  

+1

Bijzondere groenten om te proberen

Bijzondere groenten om te proberen

Ken jij molsla, gele snijbiet, aardpeer, pastinaak, knolkapucijn, Aziatische sla of rammenas? Deze 'vergeten' of net heel nieuwe groenten zijn hipper dan ooit. Het leuke is dat je ze makkelijk zelf kan kweken, ook zonder moestuin.

Grillige knollen

Aardperen zijn zowat de makkelijkst te kweken groente uit de moestuin. Overigens heb je helemaal geen tuin nodig; ook in een grote kuip lukt het perfect. Aardperen groeien en bloeien als kleine zonnebloemen – je krijgt er dus ook nog eens een mooie bloem bovenop. Weet dat aardperen graag ‘rondwandelen’ en zich ondergronds durven te verplaatsen. De opbrengst is altijd heel rijk – van één geplante aardpeer (je plant ze namelijk, als aardappelen) oogst je makkelijk 1 à 2 emmers. Ze smaken fijn, naar artisjokkenharten. Je kan ze koken, pureren of bakken als frietjes. Door hun grillige vorm zijn ze wat lastiger schillen dan een aardappel. Veel exotischer is de Zuid-Amerikaanse knolkapucijn, een flinke klimplant met kleine oranje bloempjes en eetbare knolletjes. Je kan ze rauw serveren, in de sla, gestoomd of in de wok. De smaak is vrij zacht. Laat ze ongeschild - ze hebben zo'n grappige, grillige vorm. Kweek je ze in pot, leid ze dan langs een klimrek of wigwam. Wie van winterkost houdt, moet pastinaak en zijn zwarte, pikante tegenhanger de rammenas proberen. Je zaait ze begin april, in rijtjes in de moestuin. Pastinaak lijkt op een heel dikke, lange wortel en smaakt zacht en zoet; rammenas is lekker in dunne plakjes, rauw, geraspt (als variant op mierikswortel). 

Kleurrijke bladeren

Met de lenteslaatjes in aantocht kan je nu alvast wat kleurrijke of opvallende bladgroenten zaaien. Erg makkelijk is een kant-en-klare zaaimix van Aziatische bladgroenten: paksoi, tatsoi, mizuna, Chinese mostersla en Chinese spinazie. Je zaait ze in april, vrij dik, in rijtjes op 20 cm van elkaar, om vanaf mei de blaadjes zoals snijsla gewoon boven de grond af te knippen. Laat ze niet te groot worden! Niet alleen levert het een mix van pittige tot scherpe smaken tussen kool en mosterd op, je krijgt ook nog een pak vitaminen binnen en veel kleur en grillige vormen op je bord. Zaai elke 2 weken een vers rijtje. Het gaat zelfs prima in een plantenbak op het balkon. Gebruik biologische potgrond; meststof is niet nodig.

Rode en gele snijbiet zaai je medio maart, om in juni de jonge blaadjes te plukken en er je sla mee opvrolijken. Grotere bladeren stoof je als kleurrijke spinazie en de bladstelen en ribben serveer je als bleekselder of asperge. Snijbiet is een heel veelzijdige en makkelijk te telen plant die ook nog eens beeldig staat in de moestuin, in de siertuin of in een pot op je terras.

 

 

 

 

+1

Fruit van eigen bodem

Fruit van eigen bodem

Ken jij Court Pendu, Jefkespeer of Comtesse de Paris? Oude appel- en perenrassen zijn meer dan ooit weer in. En terecht, want het zijn ijzersterke fruitsoorten met overheerlijke smaken. Vlaanderen scoorde ooit internationale bekendheid met z’n immense collectie fruit. In de achttiende en negentiende eeuw heerste er in onze gewesten zelfs een heuse perenmanie. Al wie enig aanzien genoot, wedijverde mee om de mooiste, grootste en lekkerste peer. Er ontstonden in die tijd meer dan 1.100 nieuwe rassen! Vandaag blijft er nog maar een fractie van deze immense collectie over.

Hoogstammen herleven

Lang zag het er slecht uit voor de oude fruitrassen, die meestal op hoogstammen gekweekt werden. Deze bomen gaan langer mee dan de lagere half- of laagstammen, maar geven pas na enkele jaren vruchten en nemen meer plaats in beslag. Heel wat nadelen dus voor de commerciële teelt, waar men liever zonder ladder en met een maximum aan bomen op zo weinig mogelijk oppervlakte werkt. In de jaren ‘70 kreeg je zelfs een premie voor het rooien van hoogstammen. Vandaag blazen verschillende verenigingen waaronder de Nationale Boomgaardenstichting (NBS) het fruitverleden nieuw leven in. Zo werden in de hoogstamboomgaarden van Vlaanderen meer dan 3.500 oude fruitrassen herontdekt. Daarvan zijn er vandaag meer dan 500 te koop.

Van Dubbel Flip tot Kattekop

Ook in de typische fruitstreken zoals de Vlaamse Ardennen en het Pajottenland (met dorpen als Appelterre en Bogaarden!) werden grote inspanningen geleverd om het landschap te herstellen. En daar horen hoogstamboomgaarden beslist bij. Op het platteland was het immers zo dat bij boerderijen, en ook bij een enkele particuliere woning, een hoogstamboomgaard hoorde. 's Zomers werd in de schaduw van de fruitbomen gefeest, in het najaar volgde de oogst van appelen en peren, die tot diep in de winter verbruikt werden. Gelukkig maken een aantal Vlaamse boomkwekers er een punt van eer van om die oude rassen weer opnieuw tot leven te wekken. Ze brengen vergeten appels als Reinette Descardre, Reinette Rouge Etoilée, Jacques Lebel, Court Pendu en Kattekop, en oude perenrassen als Légipont, Comtesse de Paris, Jefkespeer en Dubbel Flip weer tot leven.

Oud wordt nieuw

Koester jij in de boomgaard van je grootouders of in jouw buurt een oude of ‘naamloze’ fruitboom? Wil je die graag verder zien leven in een jong exemplaar? Bij gespecialiseerde fruitboomkwekers kan je in februari en maart jonge twijgen van de 'oude' boom afleveren. Deze worden geënt op een onderstam naar keuze waarna je een nieuwe exemplaar mee naar huis kan nemen. Heb je een kleine tuin, laat de twijgen dan op een onderstam of halfstam enten: die bomen nemen minder plaats in en geven sneller vruchten.

www.boomgaardenstichting.be

 

+1