Aardappelen

aardappel

Aardappelen zijn niet langer die gedwongen bordvulling, maar een 'nieuwe' groente met verrassend veel smaken en vormen. Plant primeursoorten in plaats van de klassieke bewaaraardappelen: die nemen beduidend minder plaats in de moestuin en zijn amper vatbaar voor de gevreesde aardappelziekte (phytophthora). 

Lekkere, vroege soorten zijn Blue Belle, Lady Christl, Osprey of Ratte. Wil je toch bewaaraardappelen, ga dan voor ziekteresistente soorten zoals Sarpo Mira, Agria of Toluca.

Februari 

Begin eind februari met de aardappelen voor te kiemen, in eierdoosjes, op een plek met veel licht maar geen direct zonlicht, bij zo’n 10 °C. Door je aardappelen voor te kiemen, win je ruim 2 weken op de minstens 100 dagen die ze nodig hebben om tot een oogstbare knol uit te groeien. Het duurt zo’n 4 tot 6 weken voor de ogen beginnen uit te lopen. Zodra die een centimeter groot zijn, vanaf eind maart, hard je ze af. Zet de bakjes overdag buiten - een temperatuur tussen 6 en 10 °C is ideaal - maar laat ze niet nat worden.

Maart

Plant de vroegste soorten niet in volle grond - daar is het nog te koud voor - maar in een oude potgrondzak, emmer, grote bloempot of ton en houd ze nog een paar weken in de serre of in de garage. In een gewone emmer kun je één aardappel kwijt, in een grote zak maximaal drie. Zorg dat het overtollige regenwater onderaan weg kan, wanneer je ze straks naar buiten verhuist. Vul de zak met 20 à 25 centimeter potgrond en leg er een pootaardappel in, met de meeste kiemscheuten naar boven. Dek af met 10 centimeter potgrond en geef water. Zodra de eerste scheutjes bovenkomen, mag je er zo’n 10 centimeter grond over gooien. Herhaal zo’n twee à drie keer. Vergeet niet regelmatig water te geven. Eind juni kan je al beginnen oogsten; reken op 1 tot 2 kilogram opbrengst per zak.

April

 Voorgekiemde aardappelen mogen nu de volle grond in. Maak de grond goed los en plant elke 50 centimeter een aardappel op 8 centimeter diep (10 centimeter op lichte grond). Vul aan met aarde; aandrukken hoeft niet. Wordt er nachtvorst voorspeld en staat er al wat loof boven, bedek dat dan helemaal met aarde. Zorg dat al je aardappelen voor eind april de grond in zitten. Als je je aardappelen ver genoeg uit elkaar plant, kan de wind de bladeren makkelijk droog blazen na een regenbui en krijgen schimmels minder kans. Behandel soorten die gevoelig zijn voor valse meeldauw preventief en biologisch, met Naturen Bordeauxse pap (op basis van kopersulfaat). Besproei vanaf eind mei elke 2 weken.

 

+1