De natuurlijke tuin

De natuurlijke tuin

Wil je een tuin zonder al te veel franjes of structuur, waar de natuur (binnen bepaalde grenzen) haar gang mag gaan? In een natuurlijke tuin primeren inheemse planten, krijgen dieren de ruimte die ze nodig hebben en zal jij, vooral, meer kunnen genieten en minder moeten werken.

1. Wild?

Een natuurlijke tuin is geen wilde tuin. Het is niet omdat er een ongedwongen sfeertje hangt, dat het een natuurgebied is waar alles zomaar zijn gang mag gaan. Ook al lijkt zo'n tuin puur natuur, toch is hij bedacht aangeplant en beheerd, moet er ook worden gewied, gemaaid en gesnoeid.

2. Inheems

In een natuurlijke tuin vind je vooral inheemse en streekgebonden planten, in ongedwongen combinaties. Denk maar aan kastanjelaars, linden en wilgen, en struiken als hazelaar, vlier of kornoelje. De hagen zijn er het liefst gemengd, met bijvoorbeeld Spaanse aak, meidoorn, appelbes, hulst, liguster en haagbeuk. Laat er wilde rozen of kamperfoelie doorheen groeien.

3. Leve de bodembedekkers

Kies voor makkelijke vaste planten die de bodem bedekken en onkruid tegen gaan zoals smeerwortel, ooievaarsbek en gevlekte dovenetel. Afhankelijk van de streek zullen er zich spontaan wilde koekoeksbloem, boshyacinthen, kaardenbol, varens, vingerhoedskruid of wilde orchideeën in je tuin nestelen. Weet dat een natuurlijke tuin dynamisch is: bepaalde planten verdwijnen en nieuwe duiken op. Dat maakt het zo spannend.

4. Dierenrijk

Kies bloemen waar vlinders dol op zijn en struiken met besjes voor de vogels, zoals vlier en lijsterbes. Ruim niet te veel op en laat in een rustig hoekje een vermolmde boomstronk of een hoop bladeren liggen. Verzamel je snoeihout in een takkenwal. Zorg voor water: een vijver(tje), een poel of een ton trekken weer heel andere dieren aan. Voorzie vogelhuisjes, een egelnest en een insectenhotel.

5. Puur natuur

In een natuurlijke tuin horen geen kunstmest of reguliere bestrijdingsmiddelen thuis. Voor je moestuin gebruik je organische mest; plagen en onkruid bestrijd je met biologische middelen. Hou de verharding ecologisch, met paden van grind, schors of hakselhout. Voor je terras kies je inheems of FSC-hout of recuperatiestenen; de omheining is van gevlochten wilgen of kastanjespijltjes. Hou de kringloop gesloten: vang regenwater op, composteer en recycleer.

6. Gras of gazon?

Een gazon mag, maar liefst beperkt. Laat verder in de tuin het gras lang, zet er verwilderingsbollen in en laat 'onkruiden' zoals brandnetels, fluitenkruid, paardenbloemen en weegbree in beperkte mate toe. Tal van insecten en andere dieren vinden er nest- en eetgelegenheid. En waarom geen boomgaardje? Met een paar halfstam- of hoogstamfruitbomen heb je er plots een pak fruit bij.

7. Genieten

Een natuurlijke tuin betekent minder werken en meer genieten. Er valt maar een klein gazon te maaien, en de gemengde hagen moeten maar om de twee tot drie jaar gesnoeid. Doordat de bodem netjes bedekt is met planten en mulch, valt er weinig te wieden. Wil je toch wat meer tijd aan je tuin besteden, voorzie dan een moestuin, een bessenhoek en een kippenveldje. Die extra groenten, besjes en eitjes kan je dra niet meer missen.

Welke planten (top 10)

+1