Onkruid

Eenjarig onkruid slaat op onkruiden die slechts 1 seizoen groeien. Zij laten wel hun zaadjes achter om opnieuw te verschijnen volgend jaar.Voorbeelden hiervan zijn: - Ganzevoet- Vogelmuur- Klein kruiskruid- Herderstasje- Ereprijs

Onkruid dat steeds terugkomt, jaar na jaar. Dit soort onkruid kan groeien vanuit het kleinst mogelijk stukje dat nog achterblijft. Bij het bestrijden van dit soort onkruiden, kijk je dus beter goed of je alles verwijdert hebt.

Ken je het gezegde: ‘Wie één jaar zijn onkruid laat staan, moet zeven jaar uit wieden gaan?’ Helaas schuilt er wel een deel van waarheid in. Sommige zaden zoals klaprozen blijven tientallen jaren stilletjes in de bodem zitten tot ze, bijvoorbeeld na een grondbewerking, aan de oppervlakte komen en kiemen.

Volgens het woordenboek is onkruid “een ongewenste plant tussen gekweekte gewassen”. Dat zou betekenen dat elke plant die opduikt op een plek waar we het niet willen onkruid is, wat natuurlijk niet helemaal klopt.

Sommige onkruiden lijken wel nooit te willen wijken. Toch kan je zevenblad, haagwinde en heermoes wel succesvol bestrijden. Al heb je er soms wat tijd voor nodig.

Heb je weinig last van onkruid, dan kan je het wel de baas blijven met wieden en schoffelen alleen.

Insecten

Trips zijn geel of zwart, heel dun en ongeveer 2mm lang. Dit is opnieuw een insect dat leeft van het sap van de plant, met 1 verschil: dit insect zal op de bovenkant leven van het blad (en niet op de onderkant zoals bijvoorbeeld de bladluizen).

Een paar slakken in de tuin, daar maalt niemand over, maar als ze aan je jonge slaplantjes, zachte asterscheutjes of de bladeren van je mooiste hosta beginnen knabbelen, kan je beter snel ingrijpen.

De larve van de koolvlieg is actief op kolen, spruiten, bloemkool en brocoli.

Larven die het gemunt hebben op fruit, appelen en peren.

De meest voorkomende plaag, waardoor bijna elke plant – van de kleinste struik tot de grootste eikboom – hier op een bepaald moment mee te maken zal krijgen.

Er zijn ontelbaar veel soorten rupsen. Zo veel - in allerlei verschillende maten, vormen en kleuren - dat zoiets als de doorsnee rups niet bestaat.

Hele kleine kevers, van ongeveer 2mm groot. Sommige kevers worden 4mm groot. Deze kevers zijn meestal glanzend zwart, maar sommige hebben een gele streep op elk van hun vleugels.

Waarschijnlijk moeten we niet meer vertellen hoe deze beestjes eruit zien. Bovendien geeft het zilverachtige spoor dat ze achterlaten je een duidelijk idee van waar ze kwamen en waar ze naar toe zijn gegaan na het eten van je Hosta.

Snuitkevers zijn heel schadelijk in bloembakken, maar daar zijn ze tenminste wel beperkt tot de planten die in de bloembakken staan. Ze komen echter ook meer en meer voor in bloembedden en borders, waar het veel moeilijker is om ze te bestrijden.

Oorwormen voeden zich met bloemknoppen in ontwikkeling van chrysanten en dahlia’s. Deze insecten veroorzaken schade aan de plant aangezien ze zowel de jonge blaadjes als bloemen eten.

Een omhulsel, gemaakt van ontelbaar veel kleine belletjes, dat de schuimcicade beschermt terwijl die zich voedt met het sap van de plant. De schuimcicade verhindert de groei van bloeiende planten zoals rozen en chrysanten.

Spint zijn waarschijnlijk de kleinste, zuigende insecten die er bestaan (minder dan 1mm groot), maar komen wel het meest voor. Ze zijn zo klein dat je een vergrootglas nodig hebt om ze te zien.

Schildluizen zijn zuigende insecten, die leven van het sap van de plant en zo de plant geleidelijk verzwakken. Wanneer ze samen op een blad of op de stengel van een plant zitten, lijken ze heel sterk op de schubben van een vis.

Ziekten

Botritis is een veel voorkomende schimmel die op veel planten groeit. Kenmerkend voor Botritis is een grijze, pluizige groei die zich vormt op het aangetaste gebied.

Roestsporen floreren in een vochtige omgeving. Deze schimmel ontwikkelt zich op bladeren, maar ook op de stam. Wordt gekenmerkt door vlekken of verdikkingen op het blad, met een kleur gaande van oranje tot donker bruin.

Sterroetdauw is een veel voorkomend probleem op rozen, maar komt ook voor op andere planten. De vlekken kunnen variëren in kleur, van grijs, geel of bruin tot zwart.

Ijzer is een spoorelement, maar toch kan het vastgezet worden in de bodem zodat de wortels van azalea’s, rododendrons, camelia’s en andere planten het ijzer niet kunnen absorberen.

Schurft veroorzaakt een bruine verkleuring van de bladeren, beginnende bij de rand en zo naar binnen. De bladeren verdrogen en krullen om, ook al bevinden ze zich in een vochtige omgeving.

Meeldauw is een witte, poederachtige schimmel die meestal op de bovenkant van de bladeren voorkomt. In sommige gevallen kan de schimmel ook voorkomen op de onderkant van de bladeren of op andere delen van de plant.

Een blad dat niet op een normale manier groeit, maar dit kan meerdere oorzaken hebben. Om de oorzaak op te sporen en de symptomen te behandelen, moet je dus heel specifiek weten wat er aan de hand is.

Virusinfecties worden normaal gezien doorgegeven door zuigende insecten zoals witte vliegen en bladluizen, die van plant naar plant gaan.

Bacterievuur is een schimmel die veel voorkomt op kerselaars en pruimelaars. De schimmel verzwakt de plant en kan, indien niet behandelt, veel schade veroorzaken aan de schors.