Kruid of onkruid

Kruid of onkruid

Volgens het woordenboek is onkruid “een ongewenste plant tussen gekweekte gewassen”. Dat zou betekenen dat elke plant die opduikt op een plek waar we het niet willen onkruid is, wat natuurlijk niet helemaal klopt. Er zijn namelijk een pak aantrekkelijke dwaalplanten in onze tuin waar we juist dol op zijn zoals zaailingen van (minder winterharde) vaste planten, een- en tweejarigen. Akeleien, vingerhoedskruid en juffertjes-in-‘t-groen kan je bezwaarlijk onkruid noemen.

Onkruid, een probleem

Wat wij als onkruid bestempelen zijn die planten die gaan lopen met de plek, de lucht, het licht en het voedsel dat eigenlijk voor andere planten bestemd is. Ze pikken het in en brengen de groei, de opbrengst en de bloei van onze lievelingen in het gedrang. En daarenboven eisen ze een deel van onze kostbare tijd op! Hoewel niet alle onkruiden even lelijk zijn, ontsieren ze over het algemeen toch onze borders. Zeker als je van een nette tuin houdt, is onkruid een doorn in het oog. Bovendien kan onkruid vervelend zijn. Het melkachtig sap uit de stengels van de paardenbloem kan bijvoorbeeld op een gevoelige huid irritaties veroorzaken. Onkruid kan een voedingsbodem vormen voor schadelijke insecten en plagen die er overwinteren en de volgende lente een aanval op je tuin uitvoeren. Een pak onkruidsoorten blijken bovendien supervermeerderaars en maken een gigantische hoeveelheid zaad aan. Zo produceert één enkele klaproos tot 16.000 zaadjes! Heb je een grote tuin met een wat wilder deel of koos je bewust voor een heel natuurlijke tuin, dan lig je misschien niet echt wakker van al dat onkruid. Maar in de meeste van onze tuinen vormt onkruid wel een probleem.

Welk onkruid?

Je hebt 4 soorten onkruid:
1. Eenjarig onkruid
Leeft maar één jaar of seizoen en zaait zich dan uit, om het volgende jaar te kunnen kiemen. Voorbeelden: melganzevoet, muur, klein kruiskruid, herderstasje en ereprijs
2. Doorlevend en diepwortelend onkruid
Komt jaar na jaar terug en kan zelfs uit een piepklein stukje wortel terug gaan groeien.
Voorbeelden: zevenblad, winde, hondsdraf, akkerdistel en (ridder)zuring
3. Houtig onkruid
Zaailingen en onkruid met houtige stengels.
Voorbeelden: bramen, Japanse duizendknoop, netels en zaailingen van bomen, bijvoorbeeld esdoorns
4. Gazononkruid
Planten die zo hard groeien dat ze het gras onderdrukken.
Voorbeelden: paardenbloemen, klavers, boterbloemen en madeliefjes

Hoe je onkruid efficiënt aanpakt, lees je in Blijf onkruid de baas.
 

+1