De luie tuinier

De luie tuinier

Wil je meer genieten en minder werken in je tuin? Maar vrees je dat het er al snel als een wildernis gaat uitzien? Met deze 10 slimme trucs blijft je groenparadijs er netjes bij liggen.

Weinig wieden

Uren wieden vindt niemand leuk. Dat hoeft ook niet: als je elk weekend, vanaf maart, een inspectierondje in je tuin houdt, dan kost het je niet meer dan een half uur om het onkruid de baas te blijven.

Dicht bijeen

Zet je borderplanten dicht bij elkaar en plant onder bomen en struiken een tapijt van schaduwplanten en bodembedekkers. Kies vaste planten met een dik bladerdek, waar je geen omkijken naar hebt, zoals geranium, elfenbloem, longkruid, het Kaukasisch vergeet-mij-nietje of smeerwortel.

Mulch: het geheime wapen

Mulch is een dekentje van grove compost, houtsnippers, hakselhout, bladaarde of aangekochte champignonmest die je zo'n 5 tot 8 centimeter dik tussen je planten strooit. Dat organisch laagje houdt het onkruid tegen en laat zich ook makkelijk schoffelen, als je toch wat ongewenst groen ziet kiemen. Schors en cacaodoppen ogen nog netter.

Anti-onkruiddoek

In een nieuwe tuin bedek je kale plekken met een antionkruiddoek: dat onderdrukt sterke onkruiden die nog in de grond aanwezig zijn en voorkomt dat nieuwe zich uitzaaien. Gebruik ecologische doeken zoals kokosvezel en folie, jute en vlas of afbreekbaar geotextiel.

Struiken zonder zorgen

Struiken leveren een pak kijkplezier en variatie op. Kies soorten die lang en mooi bloeien, in de herfst verkleuren, bessen vormen of een opvallende vorm hebben. Toppers zijn hortensia’s, het krentenboompje, sneeuwballen en kornoeljes.

Superplanten

Vaste planten zonder omkijken, die groeien en bloeien zonder dat je er een vinger moet naar uitsteken - dat is precies wat een luie tuinier nodig heeft. Geraniums, eendagslelies, duizendknoop, asters en ereprijs zijn zo'n superplanten.

Nooit ziek

Koop alleen planten die resistent zijn aan ziektes, zoals de sterke moschata-rozen (in plaats van de veel gevoeliger Engelse theerozen). Kies slim: hosta's met dik blad, waar de slakken niet aan knabbelen, floxen die geen meeldauw krijgen en lelies die het leliehaantje niet lust.

Juiste plek

Zet je planten altijd op de juiste plek. Een plant die te droog of te nat, te warm of te koud, te veel of te weinig in de zon staat, geeft problemen en dus extra werk. Denk goed na over welke planten je koopt voor welke plek in je tuin, en plant ze met zorg, in lekker veel bodemverbeteraar.

Nooit meer snoeien

Heb wat geduld. Snelgroeiende hagen zoals de leylandicipres of liguster bieden wel instant privacy maar groeien ook snel uit hun voegen. Dan kom je met twee snoeibeurten per jaar niet meer toe - wat een werk! Kies liever een tragere groenblijvende haag zoals Portugese laurierkers of hulst. Vermijd ook snoeivormen en leibomen: daar kruipen uren snoeiwerk in.

Stop met maaien

Een gazon, dat betekent maaien, bemesten, ontmossen, onkruid bestrijden en bladeren harken. En dan hebben we het nog niet over de mollen, mieren, engerlingen en kale plekken. Reduceer je gazon of investeer in een robotmaaier – maaien kost dan al helemaal geen werk of tijd meer.

+1