Tuinboek van de maand - maart

De grote lenteschoonmaak

Het allereerste lentezonnetje doet de tuin helemaal opleven. Hoog tijd om borders op te ruimen, planten te splitsen en onkruid te slim af te zijn.

Ruim de borders op. Knip de dorre stengels van je vaste planten af en breek ze in kleine stukken zodat ze makkelijker verteren op de composthoop. Trek er vooral niet aan: de piepjonge scheuten kunnen makkelijk uit het hart van de plant loskomen. Let ook op waar je je voeten zet; voor je het weet heb je een jonge knop geplet. Half houterige planten als Perovskia knip je zo’n 10 tot 15 cm boven de grond af. Haal het bruine en bevlekte blad van Helleborus weg. Gooi het niet op de composthoop – het kan besmet zijn met de bladvlekkenziekte - maar doe het in de GFT-bak. Heb je veel verdorde stengels, haal ze dan door de hakselaar en hou de snippers op een aparte hoop bij je compostplek. Straks krijg je een teveel aan grasmaaisel en groen afval en ben je dankbaar dat je die droge snippers er door kan mengen. Leg meteen na het opruimen tussen je vaste planten een laagje compost of verteerde stalmest. Planten die een fikse opkikker nodig hebben, geef je een portie bloed- of beendermeel. Dat is een biologische meststof met de kracht van instant stikstof. Zijn bepaalde planten te dominant geworden of liggen ze er erg slordig bij? Leverkruid (Eupatorium), doorlevende zonnebloemen (Helianthus), duizendknoop (Persicaria amplexicaulis) en herfstanemonen mag je gerust elke 3 jaar splitsen. Graaf ze uit, haal enkele delen van de buitenkant om te herplanten en gooi het uitgebluste hart weg. Zet nu alvast rijshout over de vaste planten die straks een steun nodig hebben zoals Delphinium.

Onkruid te slim af

Hou een minutieuze onkruidinspectie in je tuin. Wortelonkruiden als brandnetels en boterbloemen laten zich nu nog gewillig uittrekken; volgende maand wordt dat al een pak moeilijker. Schoffel straatgras, vogelmuur en kleine veldkers op een droge dag weg; die kleine deugnieten durven zich nu al uit te zaaien. Lastige wortelonkruiden zoals paardenstaart (heermoes), paardenbloemen en distels graaf je best met de wortel uit; je hebt er speciale onkruidtrekkers op steel voor. Schoffel ze vooral niet af; daar gaan ze alleen nog maar harder van groeien. Haal elk opkomend onkruidje meteen weg. Bedek de nette bodem daarna met een 7 centimeter dikke mulchlaag van compost, champignonmest of verteerde bladaarde. Zo'n laag verstikt elk kiemend onkruidzaadje. Voor een aantal hardnekkige onkruiden als zevenblad, Japanse duizendknoop en akkerwinde zal mulch niet volstaan. Dek er de bodem een jaar lang hermetisch af met een afbreekbare mat zoals een biomulchmat van kokosvezel en folie, een doek van jute en vlas of van afbreekbaar geotextiel. Je kan er eventueel een laagje schors over strooien, voor het zicht. De levensduur van deze matten is zo’n drie jaar – ruim voldoende om het onkruid eronder te verstikken. Gebruik geen zwarte plastiek of antiworteldoek: die putten de bodem uit en doden alle leven eronder.

+1