Buxus: een stukje geschiedenis

Buxus is één van de meest geliefde tuinplanten in Europa. Engelsen, Fransen en Italianen dweepten er mee in hun prachtige parken. Zelfs de Romeinen waren er dol op.

BuxusIn elke boerderij in Vlaanderen hangt wel een palmtakje, en in grootmoeders moestuin groeide steevast een palmstruik. Aan de gewijde takjes werden goddelijke krachten toegekend die vee en mens moesten beschermen tegen onheil en rampen. Als tuinplant is buxus zo oud als de straat. De Romeinen plantten ze al in hun tuinen, nadat ze de mode vermoedelijk in Egypte waren halen. In Pompei zijn zelfs wortels van buxusplanten teruggevonden. De tuinmannen waren toen al bedrijvig met het knippen van buxus in allerlei vormen en figuren. De Engelse naam voor de snoeikunst, ‘topiary’ komt overigens van ‘topiarus’, wat in het Latijn tuinman of landschapstuinier betekent.

Immens populair

In de Italiaanse renaissancetuinen en de Franse baroktuinen vierde buxus hoogtij, met indrukwekkende parterres vol ingewikkelde geometrische patronen en ‘knopen’ van lage haagjes. Toen de Engelse landschapstuinen in de mode kwamen, werd gekunsteldheid in de tuin verbannen. Honderden formele tuinen werden toen met de grond gelijk gemaakt. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam buxus weer opzetten; in het Victoriaanse Engeland was de vormsnoei weer helemaal in. Vandaag vind je in bijna elke tuin wel een buxus: als laag haagje langs borders en in cottagetuinen, strak geknipt in blok rond moderne woningen of in de vorm van leuke figuren en bollen in pot op het terras.

Palm?

Vandaag bestaan er meer dan 175 verschillende geregistreerde buxussen; in onze tuinen vind je vooral Buxus sempervirens en Buxus microphylla. Een doorsnee buxus groeit, in volle grond, makkelijk 15 cm per jaar. Als je een buxus nooit snoeit, kan hij tot een struikvormige boom van 6 meter hoog uitgroeien. Er zijn zelfs buxusbomen bekend met een stamomtrek van meer dan één meter! Het is bovendien een langlevende struik, die makkelijk honderden jaren oud kan worden. Buxus sempervirens is inheems. Het keiharde, witte hout werd gebruikt voor fijn houtsnijwerk zoals schaakstukken, mesheften, deurknoppen en rozenkransen. De volkse naam ‘palm’ is overigens misleidend. Buxus heeft niets met palm te maken, maar diende wel als vervanging voor de echte palmtakken waarmee Jezus in Jeruzalem zou verwelkomd zijn.

+1