Dwaalplanten

Je hebt planten die hun hele leven netjes op hun plek blijven maar er zijn er ook die altijd op pad willen. Niet dat ze nu meteen gaan woekeren, maar ze hebben wel een onweerstaanbare behoefte om zich uit te zaaien en elders te nestelen. Soms is dat vervelend, wanneer ze je grindpad als nieuwe stek kiezen, maar over het algemeen zijn wandel- of dwaalplanten bijzonder nuttige gasten. Ze weren het onkruid met hun bladerdek en houden de bodem bedekt tegen felle regens en de blakende zon.

Bovendien vullen ze vaak plekjes waar veel andere planten het niet overleven, zoals onder bomen en struiken, waar het droog en donker kan zijn. Heel wat bosrandplanten zijn specialist in het zich uitzaaien en zorgen spontaan voor een kleurrijk tapijt in de halfschaduw, zoals akeleien, vingerhoedskruid, viooltjes, ooievaarsbek (Geranium phaeum) en judaspenning (Lunaria rediviva).

Dol op zon en droog

Dol op zon en droogAndere avonturiers houden net van een droge plek in volle zon en nestelen zich in kiertjes, langs paden en op muurtjes - plekken waar een pak andere planten meteen zouden bezwijken. Denk maar aan de mooie, imposante toorts (Verbascum), de dropplant (Agastache) of kattenkruid (Nepeta), dat zijn naam niet gestolen heeft: katten worden er inderdaad heel erg door aangetrokken. Een van de meest elegante dwaalplanten is Verbena bonariensis. In een natte winter heeft deze vlinderlieveling het moeilijk om te overleven maar dank zij z'n zaailingen geraak je hem toch niet kwijt. Net zo met wolfsmelk (Euphorbia characias), één van de meest imposante vroege lentebloeiers. Ook sommige mediterrane planten doen het hier goed op een zonnige en droge plek, zoals het Mexicaans madeliefje (Erigeron karvinskianus) dat zich zachtjes verplaatst langs kieren en tussen paden. Laat de zaailingen staan: de bloempjes zijn allerlieflijkst en zitten nooit in de weg.

Dwaalplanten zijn ideaal voor luie tuiniers: ze doen immers het werk in jouw plaats. En mits een beetje selectief wieden houd je ze makkelijk in toom, hoewel sommige planten het op lichte grond soms wel bont kunnen maken. Voor eenjarigen is het logisch om zich uit te zaaien: het is hun enige manier van overleven. Tweejarigen volgen een wat meer ongewone cyclus. Het eerste jaar ontwikkelen ze alleen bladeren, het tweede jaar bloeien ze, zaaien ze zich uit en sterven ze af. Je hebt er die in de lente bloeien, zoals vergeet-mij-nietjes (Myosotis), vingerhoedskruid en muurbloemen (Erysimum cheiri); stokrozen, scharlei (Salvia sclarea) en duizendschoon (Dianthus barbatus) geven pas bloemen in de zomer. Wil je je dwaalplanten wat meer onder controle houden, verzamel dan meteen na de bloei zelf zaad en knip daarna de zaadstengels af. Je kan je bloemen vervolgens rechtstreeks op de plek van jouw keuze uitzaaien, of eerst voorzaaien in potjes en dan gecontroleerd uitplanten.

+1