Zelf zaaien

Zaaien is de goedkoopste en makkelijkste manier om planten te kweken. Vooral eenjarigen en groenten zijn populair, maar het lukt net zo goed met tweejarigen en een pak vaste planten. Veel werk vraagt het niet; wel wat tijd en aandacht.

Behalve wat zaden moet je enkel een zak zaaigrond aanschaffen. Zaaigrond is fijner en luchtiger dan gewone potgrond, bevat minder meststoffen en is steriel. Koop elk jaar een nieuwe zak en hergebruik de aarde niet. Je recipiënten haal je uit je huishoudafval: eierkartons, WC-rolletjes, botervlootjes en yoghurtbekertjes (waarvan je de bodem doorprikt). Voor delicate planten is een kweekbakje met deksel handig zoals een champignon- en druivendoosje (met doorschijnend deksel) of een PET-fles zonder bodem. Of maak een minikasje door een PET-fles in de lengte door te snijden. In de ene helft zaai je, de andere helft dient als deksel bovenop.

Binnen én buiten

Binnen én buitenDeze maand kan je in huis al de allereerste eenjarigen zaaien zoals de klimmer Cobaea scandens en leeuwenbekjes (Antirrhinum). Maar ook buiten kan je nu al aan de slag! Wacht op een vorstvrije en droge periode om winterharde eenjarigen als Juffertje-in-het-groen, goudsbloem, korenbloemen, papavers, komkommerkruid (Borago), slaapmutsje (Escholzia californica), reukerwten en eenjarige riddersporen (Consolida ajacis) direct in de tuin te zaaien. Doe het meteen op de juiste plek; ze houden er niet altijd van om nog een keer verplant te worden. Kies niet te natte plekken, waar de zon goed bijkan. Over een paar weken kan je binnen beginnen met de vorstgevoelige eenjarigen als Vlijtige Liesjes, tabaksplanten, petunia’s en siersalies. Zaai ze op een verwarmde plek in huis, bijvoorbeeld op de radiator, en verhuis ze onmiddellijk naar een koelere ruimte met veel licht, zodra ze kiemen.

Snel geleerd

Snel geleerdDe eerste keer zaaien, is misschien wat onwennig, maar je leert het snel! Begin met de bak of potten met zaaigrond te vullen. Druk voorzichtig aan en benevel de grond met een plantenspuit. Strooi het zaad dun uit; meng fijn zaad met zand, om het beter te verspreiden. Bedek al dan niet, afhankelijk van de plantsoort, met een laagje zaaigrond en druk zachtjes aan. Benevel. Dek af met glas of plastiek (met gaatjes). Zodra de eerste groene stipjes tevoorschijn komen (na enkele dagen tot verschillende weken) mag de bovenbedekking er af. Eens het eerste paar blaadjes gevormd, verspeen je ze naar een nieuwe bak of pot, met gewone potgrond. Zet ze minstens 2,5 cm uit elkaar en begiet onmiddellijk met lauw water. Hou zeker twee weken vochtig en uit de zon. Laat de zaailingen afharden, in de koude kas of bak en daarna op een beschutte plek buiten.

Slimme trucjes

Zaai liever te dun dan te veel in één keer; het is een klassieke beginnersfout om meteen het hele pakje te willen zaaien. Uitdunnen is een vervelende karwei en remt de overblijvende zaailingen in hun groei. Vul enkel de bovenste centimeter van je bak met zaaigrond, daaronder doe je gewone potgrond, gemengd met wat aarde uit je tuin. Eens de zaailingen aan de groei zijn, vinden ze met hun wortels voldoende voedingsstoffen in de potgrond onderin en wennen ze al aan ‘gewone’ aarde. Op die manier hoef je ze ook niet meer te verspenen, tenzij je te dik zaaide. Moet je toch verspenen, neem dan enkel de sterkste plantjes en gooi de zwakke weg.

+1